Landinformatie Sardinië - Vakanties en Reizen Sardinië

Landinformatie Sardinië

Ontdek nu Sardinië en geniet straks van een schitterende vakantie!

Om u alvast voor te kunnen bereiden op een vakantie in Sardinië, hebben wij nuttige informatie en tal van praktische tips op een rijtje gezet om vervolgens volop van de vakantie op Sardinië te kunnen genieten! Wij wensen u voor nu alvast veel leesplezier toe en hopen u straks te mogen helpen bij de organisatie van een schitterende vakantie!
Vlag - Sardinië - Foto cristianocaniKerk van Santa Giusta - Oristano - Sardinië - Foto by cristianocaniKleine vissersbootjes aan de boulevard - Alghero - Sardinie Nuraghe Palmavera - Sardinie - Photo by Cristiano CaniAnfitheater -  Cagliari - Sardinië - Photo by Cristiano Cani
Sardinië vakantie - Rocce Rosse in ArbataxTratalias - Klein detail v/d ex-kathedraal Santa MariaBastione San Remy - Cagliari - Sardinië - Foto by Cristiano CaniVia Roma - Cagliari - Sardinië - Photo by Cristiano CaniNuraghe Tiscali - Nuoro - Sardinië - Foto
Archeologische opgravingen -Tharros - Oristano - Sardinië Romeinse Tempel - Antas - Carbonia / Iglesias - Sardinië Luchtfoto van de stad - Cagliari - Sardinië - Foto by Cristiano CaniToren Aragonese -.Carbonia / Iglesias - SardiniëNuraghe Su Nuraxi - Barumini - Sardinie

Geschiedenis

Prehistorische stammen hebben in Sardinië gewoond en indrukwekkende monumenten nagelaten zoals bijvoorbeeld de "Domus de Janas" (uit de neo-litische tijd) en de duizenden "Nuraghi" die hier verspreid staan, opgebouwd uit losse stenen en gebruikt als torens of burchten. Later kwamen de Feniciërs en de Carthagers (500 v. Chr.) gevolgd door de Romeinen, de Vandalen, de Byzantijnen en in de 11e eeuw de Saracenen. Door al deze verschillende invloeden bevat het eiland een smeltkroes van volkeren en culturen, bijeengebracht op een oppervlakte van nog geen 25.000 km².

Aan het begin van de achtste eeuw voor Christus stichtten de Feniciërs een aantal steden op Sardinië; Tharros, Bithia, Sulcis, Nora en Karalis (Cagliari). De Feniciërs kwamen oorspronkelijk uit het gebied dat tegenwoordig Libanon heet en dreven handel in het Middellandse zeegebied. Ze richtten in het hele gebied steunpunten op. Sardinië nam een speciale plaats in wegens de ligging ten opzichte van Carthago, Spanje, de Rhone delta en het gebied van de Etrusken. Verder was al in die tijd de mijnstreek rond Iglesias belangrijk voor de winning van metalen zoals zink en lood. De steden lagen op strategische punten, vaak op schiereilanden of eilanden voor de kust omdat deze gemakkelijk verdedigd konden worden. Na de Feniciërs namen rond 550 voor Chritus de Puniërs (uit de oorspronkelijk Fenicische kolonie Carthago) de macht over. De Puniërs (een verbastering door de Romeinen van het woord voor Feniciërs uit het Grieks, Phoinike) breidden hun invloed uit in bijna geheel Sardinië. Daarna namen de Romeinen Sardinië over in 238. De Romeinen hadden daarvoor wel een oorlog uitgevochten met Carthago, de Eerste Punische oorlog. Een jaar na het einde van de oorlog brak er een opstand uit onder de Carthaagse huurlingen. Ze zorgden ervoor dat de Romeinen op vreedzame wijze het eiland konden bezetten. Toen ze Sardinië in handen hadden, kregen ze een redelijk ontwikkelde stedelijke cultuur en infrastructuur in handen. Voor de Romeinen was Sardinië samen met Sicilië de graanschuur voor de stad Rome, totdat ze Egypte veroverden. De Punische cultuur bleef vrij sterk op Sardinië ook onder het Romeinse bestuur. Tharros, Nora, Bithia, Antas en Monte Sirai zijn nu archeologische plaatsen waar de antieke architectuur en stadsplanning nog goed te zien is terwijl Karalis uitgroeide tot de huidige hoofdstad van Sardinië, Cagliari.

Na de val van het West-Romeinse Rijk, na de grote volksverhuizing, werd Sardinië onderworpen aan verschillende overheersingen. Vanaf 456 na Christus bezetten de Germaanse Vandalen het eiland vanuit Noord-Afrika, waarna de Byzantijnen het ongeveer 80 jaar later "bevrijdden". Vanaf 711 vielen de Arabieren regelmatig het eiland aan. Om die reden werd in de negende eeuw na Christus Tharros verlaten, na meer dan 1800 jaar bewoning, en het huidige Oristano gebouwd. In de strijd tegen de Arabieren werd de hulp ingeroepen van de Maritieme republieken Pisa en Genua. Vanaf 1063 vormde er zich een politiek bestel,uniek voor de geschiedenis van Sardinië, waarin het territorium verdeeld werd in "Giudicati" (rechters).De meest markante figuur uit de late Middeleeuwen was Eleonora d'Arborea, de vrouw die de grondslag legde voor een wetsbestel dat tot 1827 geldig bleef,de Carta de Logu. In dezelfde periode nam de invloed van de Spaanse Aragonezen toe totdat de Spanjaarden Sardinië binnendrongen. Uit deze tijd stammen de zogenaamde Aragonese torens die langs de kust werden gebouwd ter bescherming van het eiland tegen de Arabieren. Op de plaatsen van de oude Fenicische steden, die op strategische punten liggen, kan men deze torens nog terugvinden,vaak gebouwd met de stenen van de oude bouwwerken. Een mooi voorbeeld van dit hergebruik is nog terug te vinden in de kerk van Santa Giusta bij Oristano waar men de fenicische stad Othoca heeft teruggevonden.

Van 1718 tot 1861 (de eenwording van Italië) vormde Sardinië met Piëmonte het Koninkrijk Sardinië. De ontwikkeling van de infrastructuur verliep langzaam. Onder Karel Felix werd de belangrijkste verkeersader van noord naar zuid aangelegd, de Strada Statale die nu nog zijn naam draagt; Strada Statale "Carlo Felice". In 1883 verbonden de eerste treinen Cagliari met Sassari, de belangrijkste steden van Sardinië. Onder Mussolini werden de moerassen bij Oristano drooggelegd en werd de basis gelegd voor de meest succesvolle landbouwgemeenschap op Sardinië, Arborea. Ook stichtte Mussolini Carbonia, zo genoemd vanwege de rijke steenkoolmijnen (Carbone) in dit gebied. In de tijd na de Tweede Wereldoorlog nam het belang van de steenkool af en die van de toeristische sector toe. Vele pogingen om werkgelegenheid te creëren zijn mislukt doordat de transportkosten hoog waren en niet door de goedkope arbeidskrachten konden worden gecompenseerd.
Kaart SardinieVakantie op Sardinië - Schitterend strand in VillasmiusHelderblauw zeewater - Tuerredda - Sardinië - FotoWatervallen - Sadali - Sardinië - FotoQuartu S. ELena - De roze flamingo
Prachtige stranden - Noord Sardinië - Foto Olifantenrots - Capo d'Orso - Palau - Sardinië Kustlijn - Cala Gonone - DorgaliHoge top van de Bruncu Spina - Sardinië - FotoSaline & Poetto - Cagliari - Sardinië - Foto

Geografische plaats en oppervlakte

Het Italiaanse eiland Sardinië is na Sicilië het grootste eiland in de Middellandse Zee en strekt zich uit over een oppervlakte van 24.090 km2. De afstand van noord naar zuid bedraagt maar liefst 270 km en de afstand van het oost naar het west ligt rond de 150 km. In vergelijking tot de andere eilanden in de Middellandse Zee ligt Sardinië dichterbij Tunesie (180 km) dan bij het Italiaanse vasteland dat zich op 190 km afstand bevindt. Vlak boven Sardinië, op slechts 16 km afstand en gescheiden door de straat van Bonifacio(Bocche di Bonifacio),ligt het franse buureiland Corsica.

Het landschap in Sardinië is zeer afwisselend, de prachtige kuststreken met talloze witte zandbaaien en de helderblauwe zee staan in schril contrast met het ruige binnenland. Vlakke kusten lopen langzaam over in glooiende heuvels tot hogere dicht begroeide bergen in het binnenland. De hoogste bergen, Punta la Marmora met 1834 meter en de Bruncu Spina met 1829 meter hoogte,behoren tot het Gennargentu gebergte dat dwars door het binnenland van noord naar zuid loopt en overgaat in het Gerrei gebergte richting het zuiden en in de Monte di Alba in het noorden. Het zuidwesten wordt gekenmerkt door het Iglesiente gebergte en het Capoterra gebergte.

Het eiland heeft een zeer afwisselende kustlijn van maar liefst 1800 kilometer lang bestaande uit kleine baaien, schelp-, zand- en kiezelstranden waarbij de ruige rotsachtige noordoostkust overgaat in de zuidkust met vele kilometerlange zandstranden.

De rivieren Coghinas, Mannu en Flumendosa lopen over het eiland maar zijn door hoge temperaturen en weinig regenval vaak zonder water. De rivier de Tirso voedt het grootste kunstmatige meer dat als watervoorraad voor het eiland dient. Grote zoutmeren zijn o.a. te vinden in Cagliari en Cabras en worden
bevolkt door vele roze flamingo's die hier het hele jaar door te vinden zijn. Het zoutmeer bij Macchiareddu, is in tegenstelling tot de zoutmeren van Cagliari en Cabras, nog steeds in gebruik voor het winnen van zout.
Sardinië - Klederdracht uit SelargiusSardinië - Klederdracht uit OrgosoloSardinië - Klederdracht uit IttiriSardinië - Zilveren knopen van de klederdracht uit IttiriSardinië - Klederdracht uit Oristano
Sardinië - Klederdracht uit CagliariSardinië - Klederdracht uit MaracalagonisSardinië - Klederdracht uit AtzaraSardinië - Klederdracht uit DesuloSardinië - Klederdracht uit Isili
Sardinië - Klederdracht uit DorgaliSardinië - Klederdracht uit ElmasSardinië - Klederdracht uit GavoiSardinië - Klederdracht uit Settimo S. PietroSardinië - Klederdracht uit Laconi

Inwonersaantal

Sardinië behoort tot één van de gebieden in Europa met de meest lage bevolkingsdichtheid. In totaal zijn er 1.644.000 inwoners in Sardinië, waarvan de meeste in de steden wonen. In de hoofdstad Cagliari wonen ca. 400.000 inwoners, 37.000 in Alghero, 36.000 in Nuoro, 120.000 in Sassari, 33.000 in Carbonia, 30.000 in Iglesias en 29.000 in Oristano.

Klederdracht
De traditionele klederdracht in Sardinië, van Spaanse en Moorse oorsprong, is uiterst kleurrijk, vol met borduursels en andere versieringen. Op een afgelegen eiland zoals Sardinië, was de kleding niet alleen een verklaring voor de geografische afkomst van de drager maar werd ook de plaats in de maatschappij aangegeven. De traditionele kostuums en de diverse ornamenten zijn nog steeds een zeer belangrijk element tijdens Sardische feesten maar worden in de afgelegen dorpjes ook dagelijks nog gedragen. Bijna ieder dorp of stad heeft een eigen traditionele klederdracht. Er zijn meer dan 400 verschillende drachten op het eiland.

Hoewel de individuele kledingstukken zeer variëren, hebben zij bepaalde eigenschappen gemeen. Zo dragen bijvoorbeeld de vrouwen een sluier of een sjaal om het hoofd, lange plooirokken en geborduurde bloesjes en tonen hun rijkdom door middel van gouden sieraden.
De mannen daarentegen, dragen allen vrijwel dezelfde kostuums. Een pet die een „berretto“ genoemd wordt, een witte blouse, een vestje met daar over heen een nauwsluitend jasje. Dit alles gedragen op een wijde, donkere broek.

De Sardische klederdracht wordt nog steeds op traditionele wijze gemaakt en gedragen tijdens dorpsfeesten en festiviteiten. De vele kostuums kleuren dan de straten onder begeleiding van muziek en dans en traditionele lekkernijen. Het is zeker de moeite waard om één van deze festijnen bij te wonen. Mocht u niet in de gelegenheid zijn, dan kunnen de kostuums tevens bewonderd worden in het "Museo del costume e delle tradizioni" in Nuoro. Het museum bevindt zich in Via A. Mereu 56 en is geopend van 9-13 en 's middags van 15-19 uur.

Politiek

Sardinië is sinds 8 maart 1949 een autonome staat van Italië. Het eiland werd in eerste instantie in vier provincies verdeeld maar aangezien in de poltiek werd gesproken over een oneerlijke verdeling is dit onlangs veranderd in maar liefst 8 provincies. Naast de provincies Cagliari, Sassari, Nuoro en Oristano zijn de volgende 4 toegevoegd: Olbia-Tempio, Ogliastra, Medio Campidano en Sulcis-Iglesiente.
De meeste evenementen gaan gepaard met muziek & dans

Taal

Sinds het begin van de 18de Eeuw is het Italiaans de officiële taal van het eiland maar uiteraard heeft het eiland ook een eigen taal; "Het Sardisch" ook wel "Sardijns" genoemd. Deze moedertaal van de Sarden wordt vandaag de dag nog steeds gesproken door een groot deel van de bevolking en tevens traditioneel gebruikt in muziek en zang. Met name in de wat verder afgelegen bergdorpjes wordt eerder in het Sardisch gesproken dan in het Italiaans in tegenstelling tot de grotere steden waar de Sardische taal na het Italiaans op de tweede plaats komt. Op sommige scholen behoort het Sardisch tot de eerste vreemde taal en wordt naast engels, frans of duits ook sardische taalles gegeven.

Het Sardisch is een antiek romeinse taal met veel verschillende dialecten en varianten. Officieel spreekt men één van deze verschillende vier Sardische hoofddialecten: het Sassarese, Gallurese, Logudorese of Campidanese. De woorden en uitspraken hebben veel weg van zowel de latijnse als de spaanse taal. De streek rondom Alghero is een uitzondering aangezien de inwoners hier ook nu nog Catalaans spreken evenals op het zuidwestelijk gelegen eilandje Carloforte waar men een soort Genuees spreekt.

In de toeristische gebieden zijn Engels en Frans de meest gesproken vreemde talen.
Flumendosa - Orroli - Sardinië - FotoGeiten - Sardinie - FotoEzel - Sardinie - FotoSchapen - Sardinie - FotoPaarden - Sardinie - Foto
Agricultuur - Provincie Oristano - SardiniëKersen - Belvi' - Nuoro - SardiniëOlijven - Sardinië - FotoWijnranken op  SardinieCitrusvruchten - Muravera - Sardinië

Economie

De industrie en de agrarische sector zijn de meest belangrijke inkomstenbron van Sardinië. Zo worden onder andere graan, druiven, citrusvruchten, olijven en amandelen verbouwd. De veestapel bestaat uit ca. 2,5 miljoen schapen en 2 miljoen runderen. Dit is ongeveer een kwart van het totaal in heel Italië. Maar liefst 15% van de beroepsbevolking werkt dan ook in de agrarische sector.

In de kustgebieden van Alghero, Cagliari, Cabras, Carloforte, Sant'Antioco en Tortoli wordt veel gevist naar tonijn, kreeft en baars.Dit is een grote bron van inkomsten voor Sardinië. Met name het zuidwestelijk gelegen eilandje Carloforte is zeer bekend vanwege de tonijnvangst.Het wordt daarom ook wel het "tonijneiland" genoemd. Deze tonijn wordt over de hele wereld geëxporteerd, vooral naar Japan.

Daarnaast is de streek Sulcis-Iglesiente zeer bekend vanwege de vele mijnen (mangaan, marmer, ijzer, koper, lood, zink en zilver) en Sarroch vanwege de ruwe olieraffinaderijen. Hier werkt ca. 30% van de beroepsbevolking. Van belang zijn verder nog de productie van textiel, kurk en voedingsmiddelen en de verwerking van lood en zink.

In de dienstensector, o.a. overheid en toerisme, is ca. 40% van de beroepsbevolking werkzaam. Het toerisme langs de kust is een groeisector, zowel voor de inkomsten als voor een toename van het aantal arbeidsplaatsen van het eiland.